U bent succesvol uitgelogd.
Nog niet geregistreerd?
Gebruikerservaring Space®Plus
Ilse Verschatse is sinds 2021 hoofdverpleegkundige op de afdeling intensieve zorgen van het Jan Yperman Ziekenhuis, waar zij al meer dan 20 jaar werkzaam is.
“Als hoofdverpleegkundige was ik nauw betrokken, omdat alle nieuwe apparatuur door ons als gebruikers wordt besproken. We werkten al met de vorige generatie B. Braun Space®-pompen, waardoor we vertrouwd waren met de koppeling naar het elektronisch patiëntendossier (EPD).
Ook de functionaliteit van de pompen was ons bekend. Het was voor ons dan ook een logische stap om over te gaan naar de nieuwere Space®plus-pompen, zeker met de implementatie van het KWS in 2023. De integratie met het KWS hebben we eerst nog met de oude pompen gedaan; in de tweede fase hebben we de nieuwe Space®plus-pompen geïntegreerd. Dat was een vlotte overgang. Het proces was niet altijd even makkelijk, maar uiteindelijk loopt alles nu heel goed.”
“Wij hebben twaalf boxen. Ze zijn allemaal voorzien van een sasruimte. Zo kunnen we in iedere kamer, indien nodig, onmiddellijk isolatie of omgekeerde isolatie toepassen.”
“Drie volumetrische pompen en negen spuitpompen. In totaal dus twaalf infuuspompen in één toren (drie stations).”
*Binnen één toren kunnen tot wel 24 Space®plus-pompen worden aangesloten.
“Voor ons is de vochtbalans essentieel bij het bepalen van onze therapie. Het feit dat we dit direct kunnen uitlezen in het KWS is dan ook een van de belangrijkste troeven; je kunt de medicatie tot op de ml nauwkeurig instellen en aflezen.
Wat ook zeer interessant is bij de Space®plus-pompen, is dat het lichaamsgewicht van de patiënt opgeslagen blijft in de pomp, tenzij je een nieuwe patiënt opstart. Dit gewicht wordt automatisch overgenomen door alle pompen in hetzelfde station of dezelfde toren. Je hoeft het gewicht dus maar één keer aan te passen.
Een derde voordeel is dat we nu veel meer via de pompen toedienen, waar we voorheen nog weleens gravitair werkten. Momenteel geven we bijvoorbeeld antibiotica via de pompen: intermittent, met korte bolussen. Voorheen deden we dit gravitair met kleine baxters. De toediening is nu veel nauwkeuriger en er blijft minder restvolume achter. Bovendien wordt alle therapie geregistreerd in het KWS, waardoor je alles beter kunt opvolgen.”
“De meerwaarde is volgens mij de precisie en accuratesse waarmee je de dosis kunt geven. Het geeft meer vertrouwen dat je alles exact en gecontroleerd toedient. Als je nu 100 ml/u instelt, is het ook echt 100 ml/u. Vroeger werkten we vaker gravitair met een debietregelaar, maar dat was lang niet zo precies.”
“Toch het overgrote deel via de pomp. Het enige dat we nog gravitair geven, zijn bepaalde pijnstillers die in voorgemaakte zakjes zitten. Maar eigenlijk wordt de meeste medicatie — zelfs bepaalde preparaten en antibiotica die we voorheen gravitair gaven — nu via de volumetrische Space®plus-pompen toegediend.”
“Dat is een scherm dat op de centrale desk van de afdeling intensieve zorgen hangt. Hierop zien we onmiddellijk wanneer er ergens een alarm afgaat. We kunnen bovendien proactief op het scherm kijken wat er gaat gebeuren. Bijvoorbeeld: als ik over vijf minuten naar box X moet, zie ik nu al dat er twee spuiten zijn die tegen die tijd leeg zullen zijn. Daar kan ik op anticiperen door direct de juiste medicatie en gevulde spuiten mee te nemen, zodat ik niet onnodig heen en weer hoef te lopen.”
“We gebruiken dit niet frequent, zeker niet standaard. Maar het komt wel voor bij patiënten die erg gevoelig zijn voor bepaalde medicatie. Meestal gaat het dan om inotropica, die de hemodynamiek van de patiënt moeten stabiliseren. Deze patiënten kunnen snel “dippen” (bloeddrukval) wanneer een spuit leegloopt en je die niet onmiddellijk handmatig kan vervangen. In zulke gevallen gebruiken we de Take-Over-Modus. Die garandeert dat de tweede pomp met inotropica meteen opstart zodra de eerste pomp leeg is. Het enige wat wat lastig blijft bij TOM, is hoe dit in KWS geregistreerd wordt.”
Interviewer: Wat bedoel je daarmee?
“Elke spuitpomp is in KWS gekoppeld aan één voorschrift. Wanneer je de Take-Over-Modus gebruikt, dien je echter exact dezelfde medicatie met dezelfde concentratie toe via twee spuitpompen. De vraag is dan: hoe link je dat correct in KWS?
Eigenlijk kan je het op twee manieren doen:
Wij hebben er daarom voor gekozen om met twee voorschriften te werken.”
“Ja, absoluut. Wanneer je twee of drie letters van het medicijn intypt, krijg je meteen een selectie van medicatienamen en concentraties. Dat is heel gebruiksvriendelijk en een groot verschil met vroeger.
Toen moest je de volledige naam én concentratie zelf intypen, wat het risico op foute ingaves vergrootte.
Wij werken bijvoorbeeld soms met dubbele dosissen bij patiënten die erg gevoelig zijn of die vochtbeperking hebben. Dan moet je echt alert zijn dat je niet per ongeluk de verkeerde dosis activeert.”
“Ja, zeker. Daarnaast worden er door de apotheek ook grenzen ingesteld in de medicatiebibliotheek, bijvoorbeeld dat voor bepaalde medicaties geen bolus mag worden toegediend.
Dat geeft vertrouwen en verhoogt de veiligheid, zeker voor nieuwere verpleegkundigen die nog niet 100% vertrouwd zijn met alle protocollen. Zo kunnen ze niet per ongeluk een bolus geven. Dat konden we vroeger niet instellen.”
“Ja, wij gebruiken ook de zachte en harde limieten (DoseGuard) in de medicatiebibliotheek. Daardoor kan je bijvoorbeeld niet onder- of overdoseren.
Die limieten zijn in overleg met onze dienst én de apotheek ingesteld.
Voor sommige medicaties worden de limieten vrij ruim ingesteld, omdat dat niet gevaarlijk is. Bij andere medicaties zijn de limieten heel strikt, omdat ze toxisch kunnen zijn voor de nieren of de lever. Dat we die limieten kunnen instellen, is een enorme verbetering voor de patiëntveiligheid.”
“Het enige dat we ooit gehad hebben, was een patiënt met extreme obesitas. We moesten toen boven de ingestelde limieten gaan. In eerste instantie hebben we de pomp zonder medicatiebibliotheek gebruikt om dit te omzeilen. Op onze vraag heeft de apotheek de limieten in de medicatiebibliotheek vervolgens snel aangepast. Hierdoor konden we toch meteen weer met de medicatiebibliotheek werken.”
“We hadden al een uitgebreide medicatiebibliotheek en die hebben we integraal overgenomen, met enkele kleine aanpassingen. We merken wel dat de apotheek nog vaak wijzigingen doorvoert in de medicatiebibliotheek, bijvoorbeeld door backorders van bepaalde medicaties. Dan zien wij een gewijzigde medicatienaam in de pomp.
Het is wel handig dat we nog op oude medicatienamen kunnen zoeken. Wij gebruiken vaak de merknaam, terwijl de apotheek vaker de generieke naam gebruikt. Beide namen worden herkend.”
“Momenteel enkel voor intraveneuze therapieën. Maar in de toekomst willen we ze ook inzetten voor sondevoeding en bloedtransfusies. We weten dat dit al mogelijk is. Nu gebruiken we nog gewone sondepompjes, maar die integreren niet optimaal met KWS. Bloedtransfusies geven we nu gravitair met debietregelaars. In de toekomst zullen we dat nauwkeuriger kunnen doen via de Space®plus-infuuspompen.
In het begin twijfelden we om enterale voeding via de volumetrische Infusomat®-pomp te geven, omdat we dachten dat er een risico bestond dat enterale voeding per ongeluk op de intraveneuze weg zou worden aangesloten.
Maar jullie hebben uitgelegd dat enterale koppelingen uniek zijn en niet compatibel met Luer-connecties. En dat de volumetrische Infusomat® Space®plus-pomp automatisch de juiste lijn herkent en koppelt aan de juiste medicatiebibliotheek. Dit helpt medicatiefouten vermijden.
Wanneer we deze therapieën in de toekomst via de Space®plus-pompen kunnen toedienen, zal een groot voordeel zijn dat alles automatisch gedocumenteerd wordt in KWS. Dat zal enorm veel tijd besparen door de verminderde administratieve last.”
“Dat was een eerder moeilijk proces, omdat het voor KWS de eerste keer was dat ze een integratie met de Space®plus-pompen moesten opzetten. Voor hen waren er dus zeker wat obstakels. Wij begrepen die obstakels ook niet altijd meteen. Soms connecteerden de pompen, en dan deconnecteerden ze plots in KWS.
Maar nu verloopt alles goed en vlot.”
“Op intensieve zorgen is de vochtbalans van een patiënt een zeer belangrijke parameter om de therapie op af te stemmen. Patiënten moeten soms extra vocht krijgen of net vocht onttrokken worden. Dus hechten we veel belang aan een correcte vochtbalansmeting.”
“Ja, dankzij de Space®plus-spuitpompen van B. Braun, die tot op 0,001 ml nauwkeurig zijn. In combinatie met de integratie in KWS kunnen we exact zien hoeveel medicatie een patiënt gekregen heeft. Zelfs wanneer bepaalde medicaties qua dosering fluctueren, kunnen we in KWS live zien op welk debiet de pomp loopt.
Voor de meeste medicaties is dat vrij stabiel, maar bijvoorbeeld inotropica kunnen sterk schommelen. Dan is het zeer waardevol dat je de vochtbalans van de patiënt tot op de milliliter nauwkeurig kent - over 24 uur, of over 8 uur, afhankelijk van de periode die je wil berekenen.”