U bent succesvol uitgelogd.
Nog niet geregistreerd?
Gebruikerservaring Space®Plus
Norman Cleenewerck is dienstverantwoordelijke voor de afdeling Biotechniek. Binnenkort start hij aan zijn 27ste jaar in het Jan Yperman Ziekenhuis.
“Alle nieuwe medische toestellen worden altijd eerst bij Biotechniek geleverd. Daar inventariseren we ze in ons FMS-pakket, waarin alle documenten worden gekoppeld (MDR‑certificaten, CE‑certificering, enzovoort). Vanaf dan worden de pompen vrijgegeven en kunnen ze getest worden.
Voor mij begint daarna vooral de focus op de koppelingen die de pompen maken met het systeem. Voor een biotechnieker is het belangrijk om een totaaloverzicht te hebben, want wanneer er een defect is, wordt er meestal eerst naar Biotechniek gebeld. Daarom moeten we precies weten hoe de pomp in het ziekenhuis geïmplementeerd is en aan welke systemen ze is gekoppeld.”
“Ik denk dat twee zaken eruit springen.
Ten eerste het feit dat veel nieuwe functies en therapieën inbegrepen zijn in nieuwe software releases, zonder extra kosten.
Ten tweede dat we alle updates (software, medicatiebibliotheek, firmware, disposable‑files) met één klik via het netwerk kunnen versturen. Vroeger moest elke pomp naar Biotechniek gebracht worden om updates te krijgen. Nu kunnen we releases en updates gewoon via het netwerk pushen. Het voelt alsof de pomp altijd “bij de hand” is - dat is een enorm voordeel.”
“Ja, dat geldt voor alle pompen - zowel standalone als pompen die in een station zitten.”
“Voor Biotechniek is het vooral belangrijk dat alle pompen constant up‑and‑running zijn en zo lang mogelijk meegaan. Op die manier zijn ze altijd beschikbaar voor de patiënt.”
“Bij aankomst in het ziekenhuis werden de pompen geïnventariseerd. Daarna werden alle onderhoudsdata en de planning volgens de richtlijnen van de fabrikant ingevoerd in ons FMS‑pakket.
Wekelijks worden die jobs vrijgegeven en gaat de biotechnieker met de afdeling afstemmen om de pompen vrij te krijgen. Zodra de pompen vrij waren, konden we ze ophalen en onderhouden of herstellen. Dat was het systeem waarmee we tot nu toe werkten.”
“Ja, dat is een groot verschil. Via het nieuwe centrale platform (OnlineSuiteplus) kunnen we alle onderhoudsdata naar de pomp sturen, en dat gaat snel en eenvoudig.
De verpleegkundige krijgt op de pomp een melding wanneer onderhoud nodig is. Op het moment dat de datum bereikt is, vraagt een pop‑up om de pomp vrij te geven en naar Biotechniek te sturen.
Het grote voordeel is dat wanneer we iets vroeger of iets later zijn met de planning, we de onderhoudsdatum voor een groep pompen kunnen aanpassen en naar de pompen kunnen sturen. Zo krijgt de verpleegkundige geen onnodige meldingen wanneer onderhoud eigenlijk nog niet nodig is - of wanneer wij er even geen tijd voor hebben. Daarnaast kunnen we ook de boodschap die op de pomp verschijnt aanpassen.
“In het Jan Yperman Ziekenhuis zijn we altijd vooruitstrevend. Tien jaar geleden waren we al pioniers in het gebruik van het RTLS‑systeem (track‑and‑trace). Verschillende spuit‑ en volumetrische pompen waren toen voorzien van een track‑and‑trace‑tag.
Nu is dat niet meer nodig, omdat de nieuwe pompen op het wifi‑netwerk zitten. Ze worden gelokaliseerd via ons MIS‑platform - dat is eigenlijk ons wifi‑netwerk.
Die data wordt twee keer per dag geïmporteerd in ons FMS‑pakket via API‑calls. Omdat elke Space®plus‑pomp twee wifi‑modules heeft, kennen we altijd de locatie. Indien nodig is er in het FMS‑pakket een knop voorzien waarmee we de realtime locatie onmiddellijk kunnen opvragen. Dat is bovendien kostenbesparend.”